27 september 2026
Ere Lievonen, Fokker-orgel
m.m.v. Raymond Honing, fluit/traverso
Het concert ‘Ode aan de Klassieken’ presenteert hedendaagse composities die stevig geworteld zijn in de traditie van de klassieke muziek en speciaal zijn geschreven voor het Fokker-orgel. Op het programma staan meerdere nieuwe werken met microtonale klanken die tegelijkertijd vertrouwd en verrassend klinken. Neobarokke, romantische en vroeg-twintigste-eeuwse stijlen zijn hierbij verweven met de microtonale mogelijkheden van het Fokker-orgel, waardoor het publiek een rijk palet aan harmonieën en contrapuntische structuren kan ervaren. Het programma laat zien hoe microtonale composities en klassieke stijlen elkaar kunnen ontmoeten, hoe oude tradities nieuwe vormen vinden, en hoe het Fokker-orgel, met zijn unieke 31-toonsstemming, een bron van inspiratie vormt voor zowel gevestigde als opkomende componisten. Fluitist Raymond Honing, die zeer ervaren is met het uitvoeren van microtonen, vergezelt wederom vaste organist Ere Lievonen in dit wonderlijke concert.
Het openingswerk van Clive So vormt het begin van dit muzikale avontuur. So combineert zijn klassieke orgelopleiding met een grote nieuwsgierigheid naar microtonale mogelijkheden. Zijn Courante uit 2019 laat zien hoe hij met het 31-toonsysteem een coherente harmonische wereld schept, geïnspireerd door de klassieke traditie maar volledig vrij van conventionele grenzen. Zijn studies in contrapunt en harmonische experimenten resulteren in een werk dat de unieke mogelijkheden van het Fokker-orgel tot zijn recht laat komen.
Het programma vervolgt met Piers Hudsons Gigue uit zijn Suite in 31edo for Fokker organ (2020). De uit het Verenigd Koninkrijk afkomstige en in contrapunt gespecialiseerde Hudson beschrijft dit deel uit zijn suite als een ‘microtonal neo-baroque dance suite for Fokker organ’, waarin echter ook subtiele elementen van minimal music te bespeuren zijn. Zijn werk combineert harmonische en contrapuntische elementen en laat zien hoe op het Fokker-orgel complexe polyfonie in een microtonale context gerealiseerd kan worden.
De Franse componist Charles Delusse schreef in het midden van de 18de eeuw een kort curieus werk waarin de enharmonische tonen door de fluit chromatisch worden geëtaleerd, getiteld Air à la Grecque. Hiermee lijkt deze compositie een ode aan de klassieken te zijn, maar is het in werkelijkheid een compositie uit de Frans classicistische tijd. Delusse was een belangrijke figuur in de geschiedenis van de fluit in het midden van de 18e eeuw in Parijs. In 1760/61 publiceerde hij ‘L’art de la flute traversiere’, een uitgebreid traktaat met nieuwe ideeën zoals boventonen, microtonen en tongtechnieken die tot dan toe onbekend waren.
De initiator en ontwerper van het naar hem vernoemde 31-toonsorgel, Adriaan Fokker, schreef onder het pseudoniem Arie de Klein korte composities om dit bijzondere instrument te demonstreren. Vaak werden deze voorzien van titels die verwijzen naar klassieke muziek, zoals zijn Toccata uit 1957, die deze ochtend op het programma staat.
Daarna klinkt Michiel Mensinghs The Bad-Tempered Clavier uit 2010, een ludieke persiflage op het beroemde chromatische thema van Fuga in D-mineur (BWV 875) uit boek II van Das Wohltemperierte Klavier (1740-1742) van Johann Sebastian Bach. De Amsterdamse Mensingh laat in dit werk een beroemd Bach-thema op speelse wijze ontsporen, waarna het via moderne, techno-achtige klanken zijn eigen weg vervolgt. Het resultaat is een mix van humor, muzikale vindingrijkheid en respect voor de klassieke traditie, waarbij het Fokker-orgel volledig door laptop wordt aangestuurd.
Als vervolg op de compositie van Mensingh kent het concert tevens een bijzonder historisch moment met de briljante onvoltooide fuga Contrapunctus 14 uit Die Kunst der Fuge (1740–1746) van Johann Sebastian Bach. Het beroemde contrapuntische materiaal van Bach krijgt na een korte stilte een modern klassiek vervolg in het 31-toonssysteem met Halluzination im Anschluß an Bachs unvollendete Fuge (2024) van componist Sander Germanus, waarbij het orgel als een hallucinatie automatisch verder begint te spelen en de organist ‘verbaasd’ achterlaat. Zo wordt een brug geslagen tussen het klassieke verleden en de microtonale experimenten van de moderne tijd, waarbij de luisteraar de contouren van Bach herkent, maar tegelijkertijd via alle 31 vijfde tonen in minder dan een minuut een nieuwe harmonische dimensie ervaart, om net als Bach te eindigen in D-majeur.
De op een klassieke vorm geïnspireerde Passacaglia van de Canadese componist John L. Baker uit 2020 is nooit eerder uitgevoerd. Anders dan de andere werken is dit stuk niet tonaal, maar wel zorgvuldig geschreven voor de twaalf tonen van de middentoonsstemming, met septimale intervallen en een heldere, ‘klassieke’ polyfonie. Deze première vormt een ingetogen moment in het programma.
Vervolgens klinkt de zevendelige orgelsuite uit Ode aan Andreas Werckmeister uit 2018 van Gerard van de Meerakker. Van de Meerakker, gepensioneerd arts met een diepgaande fascinatie voor historische stemmingen, combineert zijn ideeën over de ‘welgetempereerde’ stemmingen van Werckmeister met een literaire inslag. De oorspronkelijke compositie volgt namelijk een gedicht van de beroemde Duitse orgelbouwer Arp Schnitger (1648–1719), waarin hij de eveneens beroemde muziektheoreticus en organist Andreas Werckmeister (1645-1706) eert. In deze versie op het 31-toonsorgel ontvouwt de compositie zich via een reeks fugatische passages naar een groots en chaotisch einde, resulterend in een lofzang op Werckmeister zelf.
Het programma besluit met een listig werkje van de Amerikaanse toetsenist, componist en muzikant Aaron Krister Johnson, die zich heeft toegelegd op het stimuleren van muziek in alternatieve stemmingen. Zijn The Juggler voor klavecimbel en fluit uit 2003 ademt een neo-medievalistische sfeer en verkent het 19-toonssysteem met opvallende modulaties die het oor voortdurend prikkelen. Hoewel een elektronische versie van dit werk al langer bekend is, werd de akoestische uitvoering voor klavecimbel en fluit pas in 2019 in de Kleine Zaal van het Muziekgebouw in première gebracht.
Al deze werken in dit programma vormen een afgewogen reis langs verleden en heden, waarin het Fokker-orgel laat horen hoe klassieke vormen en microtonale klankwerelden elkaar op natuurlijke wijze kunnen verrijken.