Agenda
Ode aan de Klassieken
Het concert ‘Ode aan de Klassieken’ presenteert hedendaagse composities die stevig geworteld zijn in de traditie van de klassieke muziek en speciaal zijn geschreven voor het Fokker-orgel. Op het programma staan meerdere nieuwe werken met microtonale klanken die tegelijkertijd vertrouwd en verrassend klinken. Neobarokke, romantische en vroeg-twintigste-eeuwse stijlen zijn hierbij verweven met de microtonale mogelijkheden van het Fokker-orgel, waardoor het publiek een rijk palet aan harmonieën en contrapuntische structuren kan ervaren. Het programma laat zien hoe microtonale composities en klassieke stijlen elkaar kunnen ontmoeten, hoe oude tradities nieuwe vormen vinden, en hoe het Fokker-orgel, met zijn unieke 31-toonsstemming, een bron van inspiratie vormt voor zowel gevestigde als opkomende componisten. Fluitist Raymond Honing, die zeer ervaren is met het uitvoeren van microtonen, vergezelt wederom vaste organist Ere Lievonen in dit wonderlijke concert.
Het openingswerk van Clive So vormt het begin van dit muzikale avontuur. So combineert zijn klassieke orgelopleiding met een grote nieuwsgierigheid naar microtonale mogelijkheden. Zijn Courante uit 2019 laat zien hoe hij met het 31-toonsysteem een coherente harmonische wereld schept, geïnspireerd door de klassieke traditie maar volledig vrij van conventionele grenzen. Zijn studies in contrapunt en harmonische experimenten resulteren in een werk dat de unieke mogelijkheden van het Fokker-orgel tot zijn recht laat komen.
Het programma vervolgt met Piers Hudsons Gigue uit zijn Suite in 31edo for Fokker organ (2020). De uit het Verenigd Koninkrijk afkomstige en in contrapunt gespecialiseerde Hudson beschrijft dit deel uit zijn suite als een ‘microtonal neo-baroque dance suite for Fokker organ’, waarin echter ook subtiele elementen van minimal music te bespeuren zijn. Zijn werk combineert harmonische en contrapuntische elementen en laat zien hoe op het Fokker-orgel complexe polyfonie in een microtonale context gerealiseerd kan worden.
De Franse componist Charles Delusse schreef in het midden van de 18de eeuw een kort curieus werk waarin de enharmonische tonen door de fluit chromatisch worden geëtaleerd, getiteld Air à la Grecque. Hiermee lijkt deze compositie een ode aan de klassieken te zijn, maar is het in werkelijkheid een compositie uit de Frans classicistische tijd. Delusse was een belangrijke figuur in de geschiedenis van de fluit in het midden van de 18e eeuw in Parijs. In 1760/61 publiceerde hij ‘L’art de la flute traversiere’, een uitgebreid traktaat met nieuwe ideeën zoals boventonen, microtonen en tongtechnieken die tot dan toe onbekend waren.
De initiator en ontwerper van het naar hem vernoemde 31-toonsorgel, Adriaan Fokker, schreef onder het pseudoniem Arie de Klein korte composities om dit bijzondere instrument te demonstreren. Vaak werden deze voorzien van titels die verwijzen naar klassieke muziek, zoals zijn Toccata uit 1957, die deze ochtend op het programma staat.
Daarna klinkt Michiel Mensinghs The Bad-Tempered Clavier uit 2010, een ludieke persiflage op het beroemde chromatische thema van Fuga in D-mineur (BWV 875) uit boek II van Das Wohltemperierte Klavier (1740-1742) van Johann Sebastian Bach. De Amsterdamse Mensingh laat in dit werk een beroemd Bach-thema op speelse wijze ontsporen, waarna het via moderne, techno-achtige klanken zijn eigen weg vervolgt. Het resultaat is een mix van humor, muzikale vindingrijkheid en respect voor de klassieke traditie, waarbij het Fokker-orgel volledig door laptop wordt aangestuurd.
Als vervolg op de compositie van Mensingh kent het concert tevens een bijzonder historisch moment met de briljante onvoltooide fuga Contrapunctus 14 uit Die Kunst der Fuge (1740–1746) van Johann Sebastian Bach. Het beroemde contrapuntische materiaal van Bach krijgt na een korte stilte een modern klassiek vervolg in het 31-toonssysteem met Halluzination im Anschluß an Bachs unvollendete Fuge (2024) van componist Sander Germanus, waarbij het orgel als een hallucinatie automatisch verder begint te spelen en de organist ‘verbaasd’ achterlaat. Zo wordt een brug geslagen tussen het klassieke verleden en de microtonale experimenten van de moderne tijd, waarbij de luisteraar de contouren van Bach herkent, maar tegelijkertijd via alle 31 vijfde tonen in minder dan een minuut een nieuwe harmonische dimensie ervaart, om net als Bach te eindigen in D-majeur.
De op een klassieke vorm geïnspireerde Passacaglia van de Canadese componist John L. Baker uit 2020 is nooit eerder uitgevoerd. Anders dan de andere werken is dit stuk niet tonaal, maar wel zorgvuldig geschreven voor de twaalf tonen van de middentoonsstemming, met septimale intervallen en een heldere, ‘klassieke’ polyfonie. Deze première vormt een ingetogen moment in het programma.
Vervolgens klinkt de zevendelige orgelsuite uit Ode aan Andreas Werckmeister uit 2018 van Gerard van de Meerakker. Van de Meerakker, gepensioneerd arts met een diepgaande fascinatie voor historische stemmingen, combineert zijn ideeën over de ‘welgetempereerde’ stemmingen van Werckmeister met een literaire inslag. De oorspronkelijke compositie volgt namelijk een gedicht van de beroemde Duitse orgelbouwer Arp Schnitger (1648–1719), waarin hij de eveneens beroemde muziektheoreticus en organist Andreas Werckmeister (1645-1706) eert. In deze versie op het 31-toonsorgel ontvouwt de compositie zich via een reeks fugatische passages naar een groots en chaotisch einde, resulterend in een lofzang op Werckmeister zelf.
Het programma besluit met een listig werkje van de Amerikaanse toetsenist, componist en muzikant Aaron Krister Johnson, die zich heeft toegelegd op het stimuleren van muziek in alternatieve stemmingen. Zijn The Juggler voor klavecimbel en fluit uit 2003 ademt een neo-medievalistische sfeer en verkent het 19-toonssysteem met opvallende modulaties die het oor voortdurend prikkelen. Hoewel een elektronische versie van dit werk al langer bekend is, werd de akoestische uitvoering voor klavecimbel en fluit pas in 2019 in de Kleine Zaal van het Muziekgebouw in première gebracht.
Al deze werken in dit programma vormen een afgewogen reis langs verleden en heden, waarin het Fokker-orgel laat horen hoe klassieke vormen en microtonale klankwerelden elkaar op natuurlijke wijze kunnen verrijken.
gamut inc: Just Permutations On The Other Side
Voor het Fokker-orgel ontwikkelt het retro-futuristische ensemble ‘gamut inc’ een nieuwe compositie waarin het pijporgel wordt benaderd als een akoestische synthesizer én sampler. Dit concert vullende programma bestaat uit eigen werk, speciaal geschreven voor het microtonale 31-toonsorgel. Dankzij de goede benadering van de reine stemming van het orgel, opent het instrument een klankwereld die herinnert aan de vroege dagen van de elektronische muziek, zoals die in de jaren vijftig werd ontwikkeld in de studio’s van Keulen en Warschau.
Dat het orgel kan worden beschouwd als een vorm van additieve synthesizer is al langer bekend: orgelpijpen met verschillende timbres worden gecombineerd tot complexe klankmengsels. Maar gamut inc gaat hierin een stap verder. Geïnspireerd door de fonorealistische concepten van Peter Ablinger onderzoeken zij hoe audiogegevens kunnen worden omgezet in boventoonstructuren. Het orgel fungeert daarbij niet alleen als synthesizer, maar ook als sampler, waarin klanken worden gereproduceerd en getransformeerd via additieve en subtractieve technieken. Door gebruik te maken van de microtonale gradaties van de 31-toonsstappen ontstaan resynthesetechnieken, complexe zwevingsverschijnselen, spectrale interferenties en langzaam verschuivende harmonische velden, opgebouwd uit nauwkeurig gestemde akkoordlagen.
Het duo gamut inc werd in 2013 in Berlijn opgericht door Marion Wörle (computermusicus, grafisch ontwerper en componist) en Maciej Śledziecki (componist en gitarist). Samen ontwikkelen zij elektroakoestische muziek, innovatief muziektheater en computergestuurde muziekmachines. Sinds 2019 werken zij intensief met computerbestuurbare pijporgels, waarmee zij wereldwijd reizen om nieuwe composities te realiseren voor zogenoemde ‘hyperorgels’ in kerken en concertzalen. In 2021 initieerden zij bovendien hun eigen festival AGGREGATE, gewijd aan computergestuurd orgel en elektronica, waarvoor zij internationale gastcomponisten uitnodigden.
In dit concert richten Wörle en Śledziecki zich op het Amsterdamse Fokker-orgel, dat sinds de renovatie van 2008–2009 beschikt over een MIDI-interface en in een studie van Harvard in 2008 is geïdentificeerd als een van de eerste hyperorgels ter wereld. De in de jaren tachtig ontwikkelde MIDI-technologie maakt het mogelijk om het orgel via de computer aan te sturen, waarbij algoritmische compositieprogramma’s een intuïtieve en flexibele manier van componeren bieden. Duizenden noten en parameters kunnen in real time worden gegenereerd en gemanipuleerd, terwijl de klank nog altijd fysiek in de akoestische orgelpijpen ontstaat.
Het 31-toonsorgel schept met zijn negentien extra tonen in het octaaf nieuwe technische en klankmatige mogelijkheden, waaronder het verfijnd creëren en manipuleren van boventoonstructuren. In hun composities onderzoeken Wörle en Śledziecki stilistische middelen die uitsluitend mogelijk zijn dankzij programmeerbaarheid en computeraansturing: geautomatiseerde registerwisselingen, gelijktijdige tempi, fonkelende toonmassa’s, complexe polyritmes, fladderende klankpatronen en glijdende overgangen tussen tonaal, ruisachtig en ritmisch materiaal. Het pijporgel wordt daarbij ingezet als klankmachine en akoestische synthesizer. Het resultaat is een organische, futuristische orgelklank die het vertrouwde instrument opnieuw uitvindt en het een radicaal hedendaagse stem geeft.
Huygens’ hartstocht
Organist Laurens de Man, bariton Ben Kazez en violiste Eva Saladin geven een bijzonder concert rond de muziek van Constantijn Huygens. Deze Nederlandse dichter, diplomaat, geleerde, architect, componist en vader van de natuurkundige Christiaan Huygens, die in de muziekwereld bekend is geworden als de uitvinder van de Nederlandse 31-toonsstemming, heeft een schijnbaar enorm muzikaal oeuvre gecomponeerd. Hier is echter niet veel van overgeleverd. Gelukkig heeft de intrigerende bundel Pathodia sacra et profana, met daarin 39 stukken voor zangstem en basso continuo, de afgelopen eeuwen overleefd en is daarmee een mooi uitgangspunt voor dit concert. In de intieme akoestiek van de Kleine Zaal in het Muziekgebouw en met de expressieve middentoonstemming van het Fokker-orgel is zijn muziek bijzonder goed op zijn plek. Naast Constantijn Huygens klinkt er muziek van tijdgenoten en het enige overgeleverde werk van zijn zoon Christiaan, namelijk de Courante in E-mineur uit 1661, in een bewerking van Laurens de Man. Verder staan er modernere werken op het programma, waaronder de Lamentations uit 2014 van de Franse componist Charles van Hemelryck en Vues des Anges uit 1959 van Hans Kox voor bariton en viool, beide gecomponeerd in de 31-toonsstemming.
De bundel Pathodia sacra et profana verscheen in 1647 en bevat geestelijke psalmen in het Latijn en wereldlijke airs en aria’s in het Frans en Italiaans. Op de partituur staat in plaats van de naam van de componist het cryptische ‘occupati’, meestal vertaald als ‘van een drukbezet man’. Huygens geeft hiermee aan dat hij geen beroepsmusicus is, maar een ‘functie voor het openbaar nut’ vervult, en dat het voor een heer van stand ongepast zou zijn een bundel onder eigen naam uit te geven. Het woord ‘pathodia’ is een samentrekking van ‘pathos’ en ‘odè’ (hartstocht en gezang) en wordt door de musicoloog Rudolf Rasch beschreven als een ‘Huygeniaans neologisme’. Rasch, die veel over de muziek van Constantijn Huygens heeft geschreven, is ook biograaf van Adriaan Fokker, de initiatiefnemer en bedenker van het Fokker-orgel, die dit 31-toonsorgel op zijn beurt heeft laten bouwen op basis van ideeën van Christiaan Huygens, de zoon van Constantijn.
De verschillende delen uit Pathodia sacra et profana worden door Laurens de Man op basis van sfeer en klank gekoppeld aan de andere werken op het programma, zoals de capriccio’s van de Duitse componist en organist Johann Jakob Froberger, die in contact stond Constantijn Huygens en muzikale bewonderaars van elkaar waren. Maar ook aan een canzona van Italiaanse componist en organist Girolamo Frescobaldi, die de leraar van Froberger was, en aan delen uit de Nederlandse verzamelbundel ’t Uitnemend Kabinet uit 1649. Hierdoor ontstaat een gevarieerd concert.
Laurens de Man, vaste tweede organist van het Fokker-orgel, is een veelzijdig musicus met affiniteit voor historische stemmingen en eigentijds repertoire. Als winnaar van de Nederlandse Muziekprijs voert hij regelmatig 17e-eeuwse muziek uit met bariton Ben Kazez, een expressieve zanger die reeds vele internationale podia heeft betreden, sinds hij in 2018 zijn masterdiploma aan de Guildhall School in Londen behaalde en hij ‘Britten Pears Young Artist’ werd. Hij en Laurens werken regelmatig samen met de Spaanse violiste en altvioliste Paula Pérez Romero, die in Den Haag studeerde en zich in Bazel heeft gespecialiseerd in historische uitvoeringspraktijk. Sinds 2019 is zij lid van het Orkest van de Achttiende Eeuw en daarnaast speelt zij altviool in de Genève Camerata. Samen brengen zij, naast een eerbetoon aan Constantijn Huygens, met Pathodia sacra et profana de rijkdom van de vroege Nederlandse muziek aan het licht.
Joel Mandelbaum tribute concert
Dit tribute concert viert het muzikale leven van de nog levende New Yorkse componist Joel Mandelbaum. Het programma omvat werken van componisten en prominente figuren die hij bij zijn bezoek in 1963 aan het 31-toonsorgel – dat toen nog in het Teylers Museum te Haarlem stond – heeft ontmoet, waaronder professor Adriaan Fokker, organist Anton de Beer en componist Hans Kox. Daarnaast klinkt een werk van Mandelbaums Amerikaanse collega-componist Abram M. Plum, die zich ook met het 31-toonssysteem heeft beziggehouden.
Joel Mandelbaum werd in 1932 in de Verenigde Staten geboren, waar hij in 1961 promoveerde aan de universiteit van Indiana in muziektheorie met zijn proefschrift ‘Multiple Division of the Octave and the Tonal Resources of 19-tone Temperament’. Aan het Queens College van de Universiteit van New York doceerde hij van 1961 tot 1999 en was hoofd van de muziekfaculteit aldaar. Zijn belangstelling voor microtonaliteit werd gewekt door een lezing van de beroemde Duitse componist Paul Hindemith, waarin deze met groot enthousiasme verschillende historische stemmingstheorieën uiteenzette om ze vervolgens op weinig overtuigende wijze te proberen te ontkrachten. Mandelbaum begon vervolgens een briefwisseling met professor Adriaan Fokker die leidde tot een zes weken durend verblijf in Haarlem in 1963, samen met zijn vrouw Ellen. In die periode componeerde hij onder de begeleiding van Fokker in de toongeslachten van Euler. Het resultaat was 10 Studies in 31-Tone Temperament die op het Fokker-orgel in Haarlem in première gingen. Ook had hij meerdere ontmoetingen met de 31-toonsorganist Anton de Beer, waarvan het stuk Speelmuziek 1 op het programma staat. Met componist Hans Kox, waarvan de compositie Serenade voor 2 violen in 31-toonssysteem gespeeld zal worden, en zijn toenmalige vrouw Anita Pereboom heeft Mandelbaum ook een hartelijke en gedenkwaardige ontrmoeting gehad. Net als met het bekende vioolduo Bouw Lemkes en Jeanne Vos, waarvoor dit laatstgenoemde werk is gecomponeerd.
Over zijn ontmoetingen in 1963 met Adriaan Fokker en anderen schreef Mandelbaum het volgende: “Deze Nederlandse wiskundige en muziektheoreticus nodigde mij uit naar Haarlem om te componeren op het microtonale orgel van de Teylers Stichting en om mij wegwijs te maken in de mogelijkheden van de 31-toonsstemming, die hij had geërfd van zeventiende-eeuwse wiskundigen als Huygens en Euler. Hijzelf en zijn naaste medewerkers – de violisten Bouw en Jeanne Lemkes, Jan van Borssum Buysman, conservator bij de Teylers Stichting, Hans Kox, collega-componist, en Anton de Beer, de vaste bespeler van het microtonale orgel – waren allen zeer gastvrij en behulpzaam.”
Tijdens de presentatie van de archifoon op 1 november 1970 ging bij de Teylers Stichting de ondervragingsscène uit zijn opera The Dybbuk in première. Mandelbaum schreef later ook andere microtonale werken in de 31-toonsstemming, waaronder 3 Dream Songs (1971), Four Miniatures for Archifoon (1979), Sonata in 31-tone temperament for Two Violins (1987) en Woodwind Quintet no. 2 (1991). Hoewel het grootste deel van zijn oeuvre is geschreven voor gangbare instrumenten en stemmingen, waarin hij een overwegend behoudende tonale taal hanteert, maakt hij toch regelmatig gebruik van de natuurlijke zevende boventoon in sommige van deze composities.
Op initiatief van Mandelbaum werd door George Secor aan Queens College een 31-toonsvariant van de Scalatron gerealiseerd, een elektronisch instrument met variabele toonhoogte, die wordt ingezet voor demonstraties over de geschiedenis van stemmingen en voor uitvoeringen van composities. Op verzoek van organist Ere Lievonen wordt om deze reden ook de Prelude for Scalatron or other 31-tone keyboard uit 1978 van Abram M. Plum op het Fokker-orgel uitgevoerd. Plum studeerde compositie aan de University of Iowa in Iowa City, waar hij in 1962 promoveerde. Daarnaast studeerde hij in 1956–1957 compositie bij Luigi Dallapiccola in New York. Van 1965 tot 1991 doceerde hij compositie, elektronische muziek, muziektheorie, niet-westerse muziek en piano aan Illinois Wesleyan University in Bloomington, waar hij 1991 tot 2002 in deeltijd verbonden bleef als begeleidend pianist. Of Abram Plum ook Adriaan Fokker en/of Anton de Beer ontmoet heeft, is helaas niet meer met zekerheid te zeggen.
Het concert wordt uitgevoerd door de violistes Jellantsje de Vries en Natálie Kulina, die in 2025 al ervaring met het repertoire op hebben gedaan tijdens het concert 75 jaar Fokker-orgel. De ervaren sopraan Valeria Mignaco, sinds de oprichting in 2015 lid van huisensemble Vokalprojekt 31, zingt mee in het laatste werk van het programma. Op het Fokker-orgel speelt alleskunner Ere Lievonen.
Sumer is icumen in
Met het concert ‘Sumer is icumen in’ is Una Cintiņa terug bij het Fokker-orgel rond een programma dat de lente en de aankomende zomer viert. De titel van het concert betekent ‘Zomer is gekomen’ en is gebaseerd op een lied in het Middelengels, specifiek in het dialect van de Wessex regio in Engeland. Het is een beroemde rota (canon), enerzijds omdat het de oudst bekende polyfone muziek met zes stemmen is uit het midden van de 13e eeuw en een levendige muziekcultuur in de Middeleeuwen aantoont, en anderzijds omdat wereldlijke Engelstalige muziek uit die periode uiterst zeldzaam is. De tekst van de muziek beschrijft de komst van de zomer en de groeiende natuur. Hoewel de identiteit van de componist tegenwoordig onbekend is, zou het W. de Wycombe of de monnik John of Fornsete kunnen zijn van Reading Abbey, een geruïneerd klooster in het Engelse graafschap Berkshire.
Naast improvisaties op het originele thema van Sumer is icumen in door Una Cintiņa, staan er op het programma verschillende werken, waaronder de première van een nieuw werk van de Letse componiste Madara Pētersone. Maar ook een werk van de Nederlandse componist Henk Badings, die tussen 1952 en 1981 relatief veel 31-toonsmuziek heeft gecomponeerd. Zijn compositie Archifonica uit 1976 is eigenlijk voor een elektronisch 31-toonsorgel uit 1970 gecomponeerd, namelijk de archifoon, dat net als het 31-toonsorgel in het bezit van Stichting Huygens-Fokker is. Una Cintiņa speelt dit werk, dat uit drie aparte stukken bestaat, voor het eerst op het Fokker-orgel. Een ander werk dat gespeeld zal worden is Sumer is Icumen in van de bekende Deense componist Ole Buck, die zich voor deze compositie voor orgel door zowel middeleeuwse muziek als natuurgeluiden liet inspireren. Ole Buck werd geboren in Kopenhagen, studeerde vanaf zijn twaalfde piano en componeerde al op jonge leeftijd voor orkest. Zijn doorbraak kwam op twintigjarige leeftijd met een compositie voor sopraan en kamerorkest, waarna hij uitgroeide tot een toonaangevende Deense componist en eind jaren 1960 een nieuwe stroming in de Deense muziek inluidde, die bekend werd als de ‘Nieuwe Eenvoud’.
Naast deze drie werken klinken er diverse andere composities, alle gespeeld door organiste Una Cintiņa, die met haar gedreven spel en glasheldere muzikale interpretaties garant staat voor een opwindende luisterervaring die men zeker live moet ervaren.
Laboratonium 5: Piano versus Orgel
Speciaal voor het concert ‘Laboratonium 5: Piano versus Orgel’ verandert het concertpodium in een klanklaboratorium. Hier worden nieuwe toonwerelden getest, botsen stemmingssystemen op elkaar en ontstaan onverwachte allianties tussen instrumenten die zelden samen te horen zijn. In deze vijfde editie van ‘Laboratonium’, een denkbeeldig experimenteel laboratorium met tonen, staan microtonaliteit, vernieuwing en onderzoek centraal. Oude muziek wordt in dit concert door een hedendaagse lens herbeluisterd, gloednieuwe werken klinken voor het eerst, en grensverleggende instrumenten tonen hun volle potentieel. Dit alles uitgevoerd door de virtuoze musici Anne Veinberg (piano) en Ere Lievonen (orgel), met medewerking van de gedreven Engelse fluitiste Carla Rees en de ervaren elektronische componist/uitvoerder Felipe Ignacio Noriega.
Centraal in het programma staat de ontmoeting tussen twee unieke toetsinstrumenten: de 96-toonspiano, ook wel de Carrillo-piano genoemd, en het 31-toonsorgel, beter bekend als het Fokker-orgel. Deze instrumenten klinken zowel samen als solo en laten horen hoe verschillende verdelingen van het octaaf elkaar kunnen versterken en uitdagen.
Het concert opent met een bijzondere wereldpremière: Variation on Dufay’s Nuper Rosarum Flores uit 2020 van de Amerikaanse componist Bill Alves, een werk dat nog nooit eerder is uitgevoerd. In deze compositie vloeit Alves’ post-minimalistische idioom samen met het muzikale erfgoed van de vijftiende-eeuwse uit de Bourgondische Nederlanden afkomstige componist Guillaume Dufay. Fragmenten en klankideeën uit Dufays beroemde motet worden door Alves getransformeerd en herijkt binnen het 31-toonssysteem. Het stuk is geschreven voor quatre-mains op het Fokker-orgel en wordt uitgevoerd door organist Ere Lievonen en pianiste Anne Veinberg, de twee musici die al heel vaak samen hebben hebben gespeeld, vooral binnen de Fokker-orgelconcertserie.
De instrumenten ontmoeten elkaar vervolgens in Morpheus van de Nederlandse componist Sander Germanus uit 2017 (revisie 2026). Dit werk klinkt op het eerste gehoor rijk en harmonieus, maar bevat tegelijkertijd een voortdurende, licht vervreemdende zweving die nooit volledig tot rust komt. Germanus speelt met klankkleur en stemming, waardoor de muziek balanceert tussen herkenning en desoriëntatie. Halverwege het stuk verlaat de organist het orgel en neemt plaats achter de Carrillo-piano, waarna Lievonen en Veinberg quatre-mains verder spelen. Op dat moment wordt hoorbaar hoe wonderwel de 96 tonen van de Carrillo-piano samenvallen met de 31 tonen per octaaf van het Fokker-orgel: twee verschillende systemen die elkaar niet uitsluiten, maar juist verdiepen.
In een nieuw werk van Off<>zz (een première) betreedt Anne Veinberg het snijvlak van instrument en algoritme. Off<>zz is het live coding duo dat Veinberg vormt met de Mexicaanse componist, programmeur en laptopkunstenaar Felipe Ignacio Noriega. Beiden werken al jaren samen aan het project ‘CodeKlavier’, een programmeertaal die ontstaat in de wisselwerking tussen piano en laptop. Tijdens het bespelen van de Carrillo-piano genereert Veinberg live computercode, die door Noriega in real time wordt geïnterpreteerd en omgezet in elektronische klanken. Het resultaat is een voortdurend veranderend klanklandschap waarin menselijke aanraking en digitale logica onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Ook internationaal nieuw repertoire klinkt in dit concert. De Suite 36 for Lumatone and piano in 36-EDO uit 2025 van de Finse componist Juhani Nuorvala is nog niet eerder in Nederland uitgevoerd. Het werk combineert een conventioneel gestemde vleugel met de ‘Lumatone’, een digitaal toetsinstrument dat vrijwel in iedere alternatieve stemming kan worden geprogrammeerd. De Lumatone bestaat uit een honingraat van zeshoekige toetsen, die dankzij hun isomorfische lay-out complexe intervallen en microtonale structuren overzichtelijk en speelbaar maken. In dit werk is het instrument gestemd in 36-EDO, een systeem met 36 tonen per octaaf, waardoor ook zesde tonen mogelijk zijn. Met elektrische pianoklanken kronkelen deze microtonale lijnen tussen de bekende tonen van de akoestische vleugel door, wat een fascinerend en voortdurend verschuivend samenspel oplevert. Nuorvala, woonachtig in Helsinki, heeft een omvangrijk microtonaal oeuvre opgebouwd en componeerde eerder meerdere werken voor instrumenten en ensembles van Stichting Huygens-Fokker, uitgevoerd binnen de concertserie van het unieke 31-toonsorgel.
Als laatste klinkt de enigszins modernistische compositie Amsterdamned uit 2025 van Edward (Eddie) Clijsen voor Kingma system altfluit, Fokker-orgel en Carrillo-piano, waarin spanning en harmonie voortdurend in elkaar overvloeien. Clijsen onderzoekt in dit microtonale werk de expressieve ruimte die ontstaat wanneer het octaaf opnieuw wordt ingedeeld met 24, 31 en 96 tonen per octaaf, waardoor ondanks de grotere complexiteit een rijker spectrum aan klankkleur, harmonie en textuur kan ontstaan, die vraagt om nieuwe ordeningsprincipes en instrumenten. Clijsen gebruikte voor dit werk zowel formele, systematische benaderingen als intuïtieve compositiewijzen, om de subtiele mogelijkheden van deze stemmingen te verkennen en te laten samensmelten.
‘Laboratonium 5: Piano versus Orgel’ is een concert dat niet alleen laat horen hoe rijk en expressief microtonale muziek kan zijn, maar ook hoe verbeeldingskracht, technologie en vakmanschap samen nieuwe muzikale werelden kunnen scheppen. Wie nieuwsgierig is naar klanken die buiten de gebaande paden treden, mag dit unieke muzieklaboratorium simpelweg niet missen.
