Anton Bruckner (Ansfelden, 4 september 1824 – Wenen, 11 oktober 1896) werd bij leven vooral beschouwd als die fenomenale organist van onder andere de Sankt Florian in Linz. Hij werd ook in het buitenland uitgenodigd voor concerten in onder andere de Notre Dame in Parijs en de Londense Royal Albert Hall. Maar los van wat jeugdwerken zijn er weinig orgelcomposities van zijn hand. Gelukkig maakte componist Sigfrid Karg-Elert orgelbewerkingen van Bruckners symfonieën en componeerde hij een Bruckneriaans Adagio.
In 1943 ontwierp de natuurkundige Adriaan Fokker geïnspireerd door het door Christiaan Huygens in de zeventiende eeuw beschreven 31-toonssysteem een klein orgel met 31 tonen binnen het octaaf. Het stelt de bespeler in staat om in verschillende stemmingen te spelen. Op dit unieke instrument, dat permanent staat opgesteld in de Kleine Zaal van het Muziekgebouw, organiseert de Stichting Huygens-Fokker jaarlijks een aantal concerten. De Nederlandse Fin Ere Lievonen kent het Fokker-orgel als geen ander en geeft de orgelwerken van Bruckner nu de aandacht en de stemming die ze verdienen. Tijdens dit Fokker-orgelconcert in het festival rondom Anton Bruckner van het Muziekgebouw aan ’t IJ worden de romantische werken van de beroemde componist Bruckner in de middentoonstemming van de renaissance gespeeld – een prestatie die alleen mogelijk is op het 31-toonsorgel. Versterkt met extra registers van het virtuele 31-toonsorgel zal dit resulteren in een fascinerend experiment.
Dit concert is onderdeel van het festival Ongehoord Bruckner in het Muziekgebouw aan ’t IJ.


