31-toonsgitaar
De 31-toonsgitaren rond het Fokker-orgel
De 31-toonsgitaar is een van de overige microtonale instrumenten die Stichting Huygens-Fokker in haar bezit heeft. Of eigenlijk 31-toonsgitaren, aangezien het om meerdere instrumenten gaat, zowel akoestisch als elektrisch. In plaats van het gebruikelijke systeem van twaalf tonen per octaaf, zoals we dat kennen van standaardgitaren, is de 31-toonsgitaar gebaseerd op een stemming met 31 tonen per octaaf. Dit systeem, bekend als het 31-toonssysteem, biedt een rijk palet aan klanken en harmonieën die op een 12-toonsgitaar niet mogelijk zijn.
De oorsprong van het 31-toonssysteem gaat terug tot de 16e en 17e eeuw, toen respectievelijk de Italiaanse componist Nicola Vicentino en de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens voorstelde om het octaaf te verdelen in 31 tonen, om de zuivere tertsen van de middentoonstemming te kunnen behouden en toch in staat te zijn om naar alle toonsoorten te moduleren. Dit idee werd later verder ontwikkeld door de natuurkundige Adriaan Fokker, die in de 20e eeuw pleitte voor de bouw van instrumenten die deze stemming konden realiseren. Een bekend voorbeeld hiervan is het 31-toonsorgel, dat in 1950 door orgelbouwer Bernard Pels werd gebouwd in opdracht van Fokker en geplaatst werd in het Teylers Museum in Haarlem.
Al voor die tijd liet Adriaan Fokker een 31-toonsgitaar (om)bouwen om zijn lezingen met muziekvoorbeelden te ondersteunen. Het was waarschijnlijk in 1941 (of niet eerder dan 1939) dat Fokker in het bezit kwam van een jazzgitaar van de Nederlandse firma Amka, waarvan de merknaam bestond uit de eerste letters van de voornamen van het gezin Veneman, die via Haarlem en Amsterdam in Den Haag neerstreek om vanuit daar violen en iets later (1938) ook gitaren te bouwen. Onduidelijk is het echter of Fokker de firma Amka de opdracht heeft gegeven om een gitaar te bouwen met 31 frets in het octaaf, of dat het aanbrengen van de vele frets werd uitbesteed aan een andere instrumentenbouwer. Wel is bekend dat Adriaan Fokker reeds in 1941 in het bezit was van deze 31-toonsgitaar, getuige een lezing die hij in dat jaar gaf waarin het instrument werd besproken.
Hieronder een citaat uit de teksten (pagina 481) van de lezingen die Adriaan Fokker (1887-1972) met zijn collega Balthasar van der Pol (1889-1959) gaf in het Teyler’s Museum in Haarlem op 20 en 27 december 1941: “Het komt er op aan met de tonen werkelijk kennis te maken. Daartoe heb ik een gitaar laten vervaardigen met eenendertig frets in het oktaaf, op de volgens HUYGENS’ berekening juiste afstanden. Het is niet gemakkelijk daarop te spelen, omdat men de vingers veel preciezer moet zetten dan bij een gewone gitaar, maar men kan toch veel akkoorden aanslaan. Zo kan ik u een akkoord laten horen van e grote-terts, e-gis’-b’-e”. Indien ik speel als as’-b’- e” hoort u, dat het vals is. Dat verschil kan ik op de piano niet laten horen. Nog eens speel ik een kleine-terts akkoord g-b-e. Speel b en e elk een diëze hoger, ces en fes, dan is het wederom vals. Nu een akkoord met de zevende harmonische. Ik hoop dat als ik speel g’-b’-eis”, u dat goed zult vinden, en van mening zijn, dat het schoon overgaat in g’- c”- e”. Maar nu speel ik g’-b’-f”. Vergelijkt u dat met g’-b’- eis”, dan is het duidelijk, welk akkoord beter is: het laatste. Speel ik b’-f” en voeg ik daar bij as’, dus as’-b’-f”, dan is het akkoord weer goed. Wij kunnen horen hoe het interval b’-f” oplost in bes-ges”. Dat is juist. Hier vinden wij het HUYGENS opmerkte, bevestigd: de tritonus b’- eis” (5:7), lost zich op naar de terts c”-e”, zijn supplement, de verminderde kwint, b’- f” (7:10) lost zich naar de sext bes’-ges” op.”
De lezing bevatte, eeuwen na de 31-toonsmuziek van Vicentino, mogelijk de allereerste akoestische demonstraties van het 31-toonssysteem in Nederland en daarbuiten, bijna een decennium voor de bouw van het 31-toonsorgel (Fokker-orgel). Dit maakt de Amka 31-toonsgitaar een historisch instrument, ondanks dat de frets door de jaren heen gedeeltelijk uit het hout zijn gedrukt en het instrument niet meer professioneel bespeelbaar is.
Stichting Huygens-Fokker is ook in het bezit van 31-toonsgitaren die worden gebruikt in de concertserie rond het 31-toonsorgel. Deze worden bespeeld door vaste 31-toonsgitarist Stefan Gerritsen. In 2010 heeft de stichting een mooie normale akoestische Spaanse gitaar (model 3A) van de Amsterdamse gitaarbouwer Otto Vowinkel aangekocht, die daarna door Sebastian Nuñez (een Argentijnse maker van vroege snaarinstrumenten die nu in Utrecht woont) van 12 frets per octaaf naar 31 frets per octaaf is gefret. De gitaar heeft een bovenblad van fichte, hout dat ongeëvenaarde resonantie-eigenschappen heeft. Het achterblad en de zijkanten zijn voorzien van licht en duurzam Indisch palissander, dat goede klankkwaliteiten heeft. De toets van deze gitaar is bedacht door de grote microtonale denker Siemen Terpstra (1948), een in Amsterdam woonachtige Nederlandse Canadees die zelf veel microtonale gitaren heeft gemaakt en microtonale toetsenborden heeft ontworpen. De afstanden van de individuele frets zijn nauwkeurig berekend door Terpstra. Alle gitaarvakjes zijn door Siemen Terpstra in verschillende kleuren geverfd (kleurcodering) om het overzicht te behouden. Omdat de frets veel dichter bij elkaar zitten dan bij gewone 12-toonsgitaren, is de 31-toonsgitaar veel moeilijker te bespelen. Gitarist Stefan Gerritsen is een specialist in het bespelen van deze bijzondere (linkshandige) 31-toonsgitaar.
Hij was ook degene die in 2018 een (tevens linkshandige) elektrische gitaar van het merk Fender (serie Stratocaster) heeft aangeschaft, met als doel deze ook voor de microtonale groep Ensemble SCALA te gebruiken. Daartoe moest het mogelijk zijn om de hals van de ‘body’ af te kunnen schroeven. In 2019 heeft Stichting Huygens-Fokker voor dit doel door instrumentenmaker Sjaak Pronk uit Broek op Langedijk een zowel links- als rechtshandige 31-toonsgitaarhals laten maken, waardoor een elektrische 31-toonsgitaar kon ontstaan. De berekeningen van de posities van de frets waren wederom gemaakt door Siemen Terpstra.
Over de 31-toonsgitaar en zijn geïntegreerde kleurcodering (in de vakjes tussen de frets op de toets) voor microtonale gitaarhalzen schreef Siemen Terpstra in een artikel ooit het volgende: “De eerste keer dat ik Ivor Darreg bezocht (in 1981) woonde hij in Glendale, Californië. Ik was onder de indruk van zijn verbazingwekkende reeks experimentele instrumenten, maar wat mij het meest greep, waren zijn opnieuw gefrette gitaren. Hij had een grote verzameling daarvan, gitaren die hij door de jaren heen zorgvuldig had aangepast. Er waren er zoveel dat het voor mij een waar feest was! Ik had nog nooit eerder op opnieuw gefrette gitaren gespeeld, en het was bijna overweldigend. Veel van zijn gitaren waren behoorlijk aftands – Ivor was geen rijk man, maar zijn toewijding aan het verkennen van alternatieve stemmingen was ronduit indrukwekkend. Een handvol ervan was vrij goed – ik denk dat ik ze die onvergetelijke dag allemaal een paar minuten heb bespeeld. Hij had gitaren in 19-ET, 22-ET, kwarttoon, 17-ET en andere vreemde verdelingen, maar de zoetheid van de 31-ET gitaar maakte de meeste indruk op me. Het leek ook precies op de ‘grens’ van wat mogelijk was, althans zo voelde het voor mij. Er waren zoveel frets, zo dicht op elkaar, hoe zou je in godsnaam nog meer frets op een gitaar kunnen zetten? Enkele jaren later speelde ik op een 34-ET gitaar, en dat bevestigde grotendeels dat gevoel. Vanaf die dag had ik een blijvende interesse in 31-ET gitaren.
Hoewel ik min of meer mijn weg over de hals kon improviseren, ontdekte ik al snel dat het bijna onmogelijk was om te spelen, omdat ik onvermijdelijk de weg kwijtraakte. Op welke fret zit ik, en welk akkoord is dit? Toen realiseerde ik me dat het probleem opgelost kon worden als er een kleurcodering op de hals zou worden geschilderd om visuele houvast te bieden. Ivor had een (tamelijk complexe) kleurcodering voor zijn megalyra steel-gitaar, maar zijn ‘normale’ gitaren waren over het algemeen ongemarkeerd. Op standaardgitaren gebruiken we meestal een inlegstip op de 5e, 7e en 12e fret als ‘kleurcodering’, en in zekere zin is dit toereikend voor 12-ET. Maar 31-ET is zo complex (rijk) dat dit traditionele systeem niet langer voldoende blijkt. Ik begon aan een jarenlange zoektocht naar alternatieve kleurcoderingen in een poging een optimaal ontwerp te vinden. In feite had ik de ‘gitaar-aanpasziekte’ van Ivor opgelopen, en toen ik terug in Canada was, kocht ik een half-aftandse elektrische gitaar die perfect leek voor ‘experimenten’. (Wat heb je te verliezen?) Ik had nog nooit een fretwerk op een gitaar uitgevoerd, dus ik ging ervan uit dat het resultaat behoorlijk slecht zou zijn. Tot mijn verrassing bleek de mensuur redelijk nauwkeurig te zijn, waren er slechts minimale ‘bromgeluiden’ en had ik nu mijn eigen 31-ET gitaar! Op dat moment werd mijn interesse in kleurcoderingen alleen maar sterker. Tegen 1984 had ik verschillende ontwerpen die, naar men kan beweren, een zekere consistente logica onderliggende hadden. Het doel van dit korte artikel is om de redenen achter mijn gekozen ontwerp uiteen te zetten. Hier is waarom ik uiteindelijk op dit specifieke patroon ben uitgekomen.” De elektrische 31-toonsgitaar met kleurcodering van Siemen Terpstra is in 2013 door Stichting Huygens-Fokker aangekocht en is tot 2018 gebruikt tijdens concerten.
Een microtonale gitaar die vaak in de concertserie van Stichting Huygens-Fokker wordt gebruikt is de prachtig klinkende 31-toonsgitaar die door Bert Terpstra (geen familie van Siemen Terpstra) is ontworpen en door Dirk Janssen is gebouwd en waarop overigens slechts een subset van 17 van de 31 tonen gespeeld kunnen worden. Dit zouden in vergelijking met het toetsenbord van de piano de zeven witte toetsen en tweemaal de vijf zwarte toetsen (voor zowel vijf kruisen als vijf mollen) zijn. Hierdoor is het instrument makkelijker speelbaar dan een volledige 31-toonsgitaar en is de klank mooier, omdat er minder frets op de toets zitten die de klank kunnen veranderen. Daarnaast kunnen vanuit de toonsoort C gezien door te moduleren bijna alle klassieke toonsoorten bereikt worden. Voor veel oude muziek in de middentoonstemming en zelfs veel muziek in de 12-toons gelijkzwevende stemming, is deze subset van het 31-toonssysteem voldoende, terwijl men toch kan genieten van de zuivere tertsen die dit systeem biedt. Bert Terpstra schreef in het verleden over zijn gitaar het volgende: “Mijn gitaar is een goede klassieke akoestische gitaar. Ik heb niet gekozen voor het 31-toonsstelsel om microtonale muziek te kunnen spelen, maar juist om 16-de eeuwse renaissancemuziek (Dowland) en 17-de eeuwse barokmuziek te kunnen spelen (Bach). Het 31-toonssysteem is dan ook al in de 16-de eeuw bedacht. Voor dat soort muziek heb je lang niet alle 31 tonen nodig. Daarom heb ik alle tonen op mijn gitaar weggelaten, die ik voor deze muziek niet nodig heb. Vandaar dat je kan zien, dat mijn gitaar een incomplete set met fretten heeft. Dat maakt het spelen relatief makkelijker. En dan nog is het fors lastig om Bach op die gitaar te spelen.” Ook deze (linkshandige) gitaar wordt bespeeld door vaste 31-toonsgitarist Stefan Gerritsen.
Het bouwen van een 31-toonsgitaar vereist een grondige herziening van het traditionele ontwerp. De fretindeling op de hals van de gitaar moet zodanig worden aangepast dat er 31 gelijke intervallen binnen een octaaf passen. Dit betekent dat de afstanden tussen de frets beduidend kleiner zijn dan bij een standaardgitaar, wat een grotere precisie vereist bij het afstellen van de snaren en de intonatie, om de juiste microtonale stappen te kunnen produceren. De bespeelbaarheid van een 31-toonsgitaar verschilt aanzienlijk van die van een conventionele gitaar. De dichter bij elkaar geplaatste frets vereisen een nieuwe speeltechniek voor het spelen van akkoorden en melodieën, aangezien de traditionele vingerzettingen niet direct toepasbaar zijn. Daarbij kan er door de vele frets op de 31-toonsgitaar een bescheiden verlies aan klank optreden. Een van de belangrijkste voordelen van een gitaar gebaseerd op het 31-toonssysteem is echter de mogelijkheid om zuiverdere intervallen te spelen. Bovendien biedt het systeem toegang tot intervallen zoals de harmonische septiem, die in de gangbare gelijkzwevende stemming ontbreken. De 31-toonsgitaar heeft tegenwoordig de interesse gewekt van muzikanten en componisten die op zoek zijn naar nieuwe klankmogelijkheden en in het bezit willen komen van een relatief betaalbaar 31-toonsinstrument. Sinds 2011 heeft Stichting Huygens-Fokker met gitarist Melle Weijters een deskundige en uitvoerend musicus in huis op het gebied van microtonale gitaren, die een vast onderdeel zijn geworden van de Fokker-orgelconcerten en andere muzikale activiteiten.
